Na een waardevolle periode binnen de startupcommunity van PLNT zet Akin Solutions een nieuwe stap in haar groei. Het biotechbedrijf verhuist naar Planet B.io in Delft, waar het zich verder wil ontwikkelen binnen een gespecialiseerde omgeving voor industriële biotechnologie.
Groeien bij PLNT
Voor oprichter Ieva Palubeckaite begon de reis bij PLNT in een vroege fase van het bedrijf. “PLNT gaf ons een community op een moment dat ik nog een solo founder was, maar ook later toen we uitgroeiden tot een klein team,” vertelt Ieva. “We hebben er waardevolle connecties opgebouwd, ondersteuning gekregen en vooral een plek gevonden waar ondernemerschap en samenwerking centraal staan.”
Tijdens hun tijd bij PLNT nam Akin Solutions deel aan verschillende programma’s, waaronder Venture Academy, unlock_ en Sprout. Deze trajecten hielpen het bedrijf groeien op uiteenlopende vlakken: van netwerkontwikkeling en trainingen tot introducties, ondersteuning bij financieringsmogelijkheden en het vinden van een betrokken ondernemerscommunity.
Een nieuwe fase
Toch is het moment aangebroken voor een volgende fase. Naarmate Akin Solutions verder groeit, verschuiven ook de behoeften van het bedrijf. “Onze focus ligt steeds meer op gespecialiseerde biotechinfrastructuur: toegang tot wet labs, specialistische expertise en een netwerk dat de uitdagingen van industriële biologie begrijpt. Planet B.io in Delft biedt precies die omgeving.”
Bij Planet B.io wil Akin Solutions zich richten op het opschalen van de enzymexpressie naar commercieel haalbare opbrengsten en het uitvoeren van een eerste gevalideerd bioproces op pilotschaal. Dankzij de aanwezige technische expertise, faciliteiten en samenwerkingen binnen het Delftse ecosysteem ziet het team dit als een logische en belangrijke stap vooruit.
Hoewel Akin Solutions afscheid neemt van PLNT, kijkt het bedrijf met veel waardering terug op de afgelopen jaren. “De sterke community bij PLNT is iets wat we absoluut gaan missen. Het is een hechte omgeving waarin je merkt dat iedereen elkaar wil helpen groeien.”